Natuur

Een groene oase in de stad
Met een oppervlakte van bijna 12 hectare vol bomen, heesters, planten, vijvers en watergangen vormt Rhijnhof een groenelement van formaat aan de noordwestrand van Leiden. Het is een ideale plaats voor insecten en vogels om voedsel te vinden en te nestelen.

Het beheer richt zich niet op specifieke soorten, maar er zijn op Rhijnhof wel specifieke gewassen te vinden, zoals de geelster en de rietchoris. Dat is best uniek. In de groene reeks van landgoederen vormt de begraafplaats een belangrijke schakel. Rhijnhof is onderdeel van de Fietsroute Haagse landgoederen, die Staatsbosbeheer, samen met de Stichting Recreatief Fietsen heeft uitgezet.

Biodiversiteit
Door een ecologisch manier van beheren wil Rhijnhof een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit en daarmee aan de leefbaarheid van de stad. Doel is dat de flora en fauna steeds beter zullen floreren en de soortenrijkdom gaandeweg zal toenemen. In samenwerking met de gemeente Leiden is een beheerplan opgesteld: Rhijnhof – Dierbare plek in het groen – Biodivers groenbeheer begraafplaats Rhijnhof. Het is een leidraad voor het groenbeheer voor de periode 2019-2034. Het beheerplan vind u hier Rhijnhof biodivers groenbeheer 2019-2034

De nieuwe wijze van groenbeheer betekent dat de natuur wat meer haar eigen gang kan gaan en het terrein een minder aangeharkte uitstraling krijgt. Niet al het groenafval wordt meteen even netjes opgeruimd.

Een combinatie van intensief en extensief beheer resulteert in zowel gemaaide als meer woekerende vakken: op de ene plek bladeren harken en op de andere plek niet. Want elke diersoort en elke plantensoort heeft andere behoeftes. Sommige planten hebben baat bij het verwijderen van bladeren, terwijl bijvoorbeeld paddenstoelen, vogels, insecten en kleine zoogdieren juist gedijen als het groenafval blijft liggen.

Ook snoeihout en snoeiafval wordt zoveel mogelijk hergebruikt, bijvoorbeeld voor het creëren van houtwalletjes. Van dikke boomstammen zijn stoeltjes gemaakt en een kaarsentafel in het theehuis.

Van onkruid naar kruidige gewassen
Op Rhijnhof worden sinds enkele jaren geen pesticiden meer gebruikt. Er vindt een transitie plaats van onkruidbestrijding naar onkruidbeheersing. Meer onkruid levert ook een bijdrage aan verbetering van de biodiversiteit.

Tegenwoordig wordt onkruid dan ook aangeduid met de benaming kruidige gewassen. Onkruidbeheersing blijft een van de kerntaken van het groenbeheer. Er wordt geëxperimenteerd met duurzame methoden zoals het bestrijden van onkruid op de paden langs graven met heet water.

Sommige minder gebruikte paden zullen de komende jaren vergroenen. Het grint blijft een stabiele ondergrond, maar daar bovenop mogen gras en andere kruidige gewassen hun gang gaan. Daardoor neemt de soortenrijkdom toe en zul je op de begraafplaats op den duur meer planten- en diersoorten aantreffen dan in een bos.

Korstmossen
Van alle fauna en flora zijn korstmossen misschien wel het meest gebaat bij begraafplaatsen. Meer dan de helft van de soort groeit uitsluitend op steen. Al zijn korstmossen wel kieskeurig. Ze groeien het best op natuursteen. En dat is op de begraafplaats ruimschoots aanwezig.

Zo zijn graniet en hard kalksteen optimale groeiplaatsen. Bovendien is er variatie in de omstandigheden: zon en schaduw, vochtig en droog. Die micromilieutjes trekken eigen soorten aan. Op oude graven, die vaak lang met rust gelaten worden, kunnen korstmossen ongestoord hun gang gaan. Van de 750 soorten tref je er op een gemiddelde begraafplaats gemakkelijk tweehonderd aan.

Een van de korstmossen, die regelmatig op begraafplaatsen opduikt heet heel toepasselijk zwarte grafkorst. Het is een zeldzaam, donkerkleurig korstmos met een blauw randje. Korstmossen zijn sowieso nogal kleurrijk, van geel tot rood, van groen tot zwart. Het dambordje komt ook vaak voor op begraafplaatsen. Deze korstmos heeft een patroon van zwarte en witte vlekken.

Het aloude gebruik van chloor voor het schoonmaken van grafzerken is dus tegenwoordig uit den boze. Dat draait de ontwikkeling van korstmossen meteen jaren terug.

Bomenroute en Rhijnhof honing
Op het oude gedeelte Buitenplaats staan monumentale, beeldbepalende bomen, waarvan sommige nog stammen uit de tijd dat Rhijnhof nog geen begraafplaats was maar een landgoed. Op kantoor of in Theehuis Veldheim liggen boekjes met een bomenroute langs de vele soorten die Rhijnhof rijk is. En…u komt dan ook te weten wat een notarisboom is en waar de bijenkasten staan. U kunt het boekje ook hier downloaden: Wandelen op Rhijnhof – Bomenroute.

De Rhijnhof-honing met de toepasselijke naam Miel de Mort is te koop in Theehuis Veldheim. Op Rhijnhof staan een aantal bijenkasten, die beheerd worden door imker Bram de la Rie. Op de begraafplaats vinden bijen een overvloed aan nectar en stuifmeel. De bijen helpen op hun beurt de biodiversiteit een handje door de bloemen en gewassen te bestuiven. Naar schatting 80% van de flora is voor de voortplanting afhankelijk van bijen.

Vogelvriendelijk
Rhijnhof is al eeuwenlang een toevluchtsoord voor vogels. Vanwege de rust en de vele mogelijkheden om zich snel te kunnen verbergen in de boomgroepen is het voor vogels goed toeven op de begraafplaats.

Tijdens een vogeltelling door de KNNV Leiden (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) werden rond de 40 vogelsoorten gesignaleerd, van heggenmus, kauw, gaai en ekster tot sperwer, winterkoninkje, mezen en spechten.

Uiteraard ontbreken ook de merel, lijster en halsbandparkiet niet. Meer weten over de vogels op Rhijnhof? Hou de agenda in de gaten voor de vogelspot-wandelingen, die regelmatig worden georganiseerd.

Nestkasten en insecten tegen de eikenprocessierups
Op Rhijnhof hangen veel nestkasten, met name in de eiken. Ze zijn bedoeld om (kool)mezen aan te trekken. Die zijn zeer nuttig voor het bestrijden van de eikenprocessierups, die in 2019 voor het eerst op Rhijnhof werd gesignaleerd. Koolmezen zijn gek op de poppen en larven van de eikenprocessierups. Ze kunnen dit werk overigens niet alleen aan en hebben hulp nodig van allerlei andere vogels en insecten. Ook pimpelmezen, spreeuwen en het winterkoninkje hebben de eitjes en rupsen op hun menu staan. Sluipwespen leggen hun eitjes in het lichaam van de rups, waarna de larven de rups stukje bij beetje opeten.

Ook hier draait alles om biodiversiteit en een goed werkend ecosysteem, zodat veel verschillende soorten vogels en insecten zich thuis voelen.

Kleine zoogdieren
Menig wandelaar op Rhijnhof zal minstens één haas zien wegschieten tussen de graven. Zij verkeren in gezelschap van vleermuizen en egels. Misschien zijn dat wel de nakomelingen van de egels die in 2010 door de Stichting Egelopvang Den Haag werden uitgezet en op Rhijnhof een nieuw thuis kregen.

De aanwezigheid van die kleine zoogdieren en de vele vogels maken dat het op Rhijnhof goed toeven is voor vossen. Zij worden regelmatig gespot, wat behoorlijk bijzonder is, zo midden in de stad.

Duurzaam begraven
Er is steeds meer aandacht voor een groene, duurzame uitvaart. Onderzoek van de TU Delft naar de milieu-aspecten van de uitvaart heeft aangetoond dat begraven en cremeren ongeveer even milieu-(on)vriendelijk zijn. Andere individuele keuzes maken wel degelijk verschil. Bij een duurzame begraving is bijvoorbeeld synthetische kleding en de veelgebruikte kist van spaanplaat vol milieuonvriendelijke lijm uit den boze. Een begrafenis met gebruik van natuurlijke materialen komt ook het ecosysteem van Rhijnhof ten goede.

Meer informatie over een groene uitvaart vindt u op Green Leave en Een Groene Uitvaart